Dag 20: Hot Springs National Park & Downtown

Print Friendly, PDF & Email

Dinsdag 14 juni: Hot Springs (AR) – Dallas (TX)


Als om 8 uur de wekker gaat, worden we maar moeilijk wakker. Na een paar keer snoozen, blijven de ogen dan toch echt open. Ik lees vaak in de reacties op onze blog dat het zo leuk wakker worden is en de dag te beginnen met het lezen van onze blog. Nou, dat geldt ook andersom. Wij vinden het juist weer heel erg leuk om alle reacties in de ochtend te lezen. In eerste instantie schrijf ik de blog natuurlijk voor mezelf. Om de dag van me af te schrijven, om het uit mijn systeem te krijgen. En later ook weer terug te kunnen lezen. Maar als we dan ook nog reacties op de blog krijgen, is dat natuurlijk dubbel zo leuk! En soms lees ik ook in de reacties dat men er tips uit haalt, vooral dat vind ik dan ook weer fijn 😊🥳 (voor diegene die alleen onze Blog kennen. We hebben ook een Facebookgroep 💡)

Pas om 9 uur lopen we naar het ontbijt, wat weer bestaat uit de standaard dingen: bagels, creamcheese, toast, jam, yoghurt, ontbijtgranen, wafels, eieren, worstjes, Engelse muffins met gravy…

Als we terug naar de kamer lopen, nemen we meteen zo’n bagagetrolley mee. We zijn tenslotte vrijwel gereed om erop uit te gaan. We pakken onze spullen en zijn dan om 10 uur uitgecheckt en onderweg naar Hot Springs National Park. Tien jaar geleden is ons bezoekje hieraan een beetje ‘mislukt’. We wilden graag de toren op, maar doordat onze Credit Card ‘te nieuw’ was, gaf de kassa een storing en konden we dus niet betalen. We hadden destijds ook geen cash bij ons, dus helaas… geen toren voor ons. Nu hebben we in ieder geval genoeg cash bij ons, dus als onze Credit Cards weer en storing geeft, kunnen we het in ieder geval betalen. Uiteraard tanken we de auto weer vol onderweg, want we hebben vandaag weer wat kilometers op de planning staan.

We rijden richting downtown en net voor het bekende hotel Arlington slaan we rechts af om vervolgens wederom rechts het park in te rijden, al staat er niet zo’n officieel Nationaal Park bord. We rijden al zigzaggend met haarspeldbochten naar boven en parkeren de auto bij de toren.

We lopen naar binnen en nu pakt hij de Credit Card wel. Woohoo. Entree kost overigens 12 dollar per persoon, maar met onze Nationale Parkenpas krijg je 2 dollar per persoon korting. Toch mooi meegenomen 😉



Met de lift gaan we omhoog en stappen dan op 65 meter hoogte weer uit. Wat een prachtig uitzicht over het dorpje Hot Springs.

  

We lopen een rondje en nemen dan de trap naar één verdieping lager. Hier lezen we de geschiedenis over het dorpje en de vele badhuizen.

Op 20 april 1832 verleende President Andrew Jackson aan het gebied rondom de bronnen de titel “Hot Springs Reservation”, waardoor het het eerste park in het land werd met een speciale status. In 1877 gaf de regering toestemming tot de bouw van enkele badhuizen, en vanaf dat moment veranderde het ruige kolonisatiestadje in een snel tempo; het werd een elegant kuuroord met prachtige, zeer luxueuze badhuizen en andere voorzieningen voor de rijke mensen. Aan Central Avenue stonden acht van de grootste badhuizen naast elkaar; deze straat kreeg daarom de bijnaam Bathhouse Row. Het Congres was zo enthousiast over deze ontwikkeling, dat het park in 1921 de status van National Park verkreeg. Enkele tientallen jaren later waren de hoogtijdagen voorbij; in 1962 moest het eerste badhuis de deuren sluiten, tijdens de jaren ’70 en ’80 sloten ook zes van de andere badhuizen. Alleen het Buckstaff Bathhouse is altijd in bedrijf gebleven.

We besluiten om met de trap helemaal naar beneden te lopen. De toren is tenslotte niet zo heel erg hoog. We zijn één van de weinige die dit doen, maar achter ons besluit een tiener om dat ook te doen.

Eenmaal weer beneden bekijken we nog even het winkeltje met souvenirs en stappen dan de auto weer in. We rijden weer terug naar downtown. Er zijn behoorlijk wat parkeerplaatsen te vinden in downtown, maar die zijn betaald. Je hebt ook één garage waar je gratis kunt parkeren en daar rijden wij natuurlijk heen.

We parkeren de auto vrijwel helemaal bovenaan op het dek, helaas niet in het overdekte gedeelte. Staat de auto dus de hele tijd in de zon te bakken. Ach, dan doen we straks de airco maar volle bak aan.

Als we met de lift beneden zijn, bedenken we ons dat het wellicht handig is om wat water mee te nemen. Hop, weer met de lift naar boven. We pakken de rugzak uit de auto en gooien er een stuk of drie flesjes water in. Hop, en weer naar beneden. We besluiten om eerst naar rechts te lopen en iets verderop de weg over te steken en naar het visitor center te lopen. Wat is het heerlijk koel in het toeristenkantoortje. We nemen een plattegrond mee en een kortingsbon voor Kilwins: koop een ijsje met 1 bolletje en krijg een tweede ijsje gratis. Nou, dat klinkt wel goed in onze oren. We vragen na waar Kilwins precies zit en dat blijkt tegenover het Arlington Hotel te zijn.

Dan lopen we langs de bekende Bathhouse row. Bij Buckstaff Bathhouse kun je nog altijd het badhuis in. Je kan er zo, zonder afspraak, naar binnenlopen voor een kaartje te kopen. In de kleedkamer krijg je dan een badlaken en je privébad gevuld met schoon water van 38 graden staat al klaar. Je mag dan twintig minuten gebruik maken van het bad. Andere mogelijkheden in dit badhuis zijn bijvoorbeeld een manicure, pedicure of gezichtsbehandeling. Wij maken daar echter geen gebruik van en lopen weer door.

Daarnaast zit Fordyce Bathhouse. Dit badhuis werd gerenoveerd en is sinds 1989 in gebruik als Hot Springs National Park Visitor Center. En het dient bovendien als museum. We lopen naar binnen en we mogen op eigen gelegenheid de verschillende ruimtes van het voormalig badhuis bekijken. Op de eerste verdieping is de lounge waar dames konden wachten tot zij in bad konden gaan. Ook zijn hier de houten kleedkamers gevestigd, net als een massagekamer en een ‘electro & mechanical therapy room’, waar bijvoorbeeld met hittelampen werden gewerkt. Op de tweede verdieping zat de kappersruimte, een manicure, een massageruimte voor dames en een grote gymnastiekruimte. In 1915 was dit zelfs de grootste gymnastiekruimte in de staat Arkansas, het was speciaal bedoeld om leden van baseballteams die hier vaak kwamen te trainen, aan te trekken. Het is erg interessant om het te zien.

 

  

  

 

 

 

Vervolgens zit daar weer een brouwerij naast. Maar deze is dinsdags gesloten. Helaas. Al lijkt het erop dat ze in de verbouwing zitten? Of ze zijn gewoon in één dag een grote schoonmaak bezig, dat kan natuurlijk ook. Vervolgens lopen we het Arlington Hotel voorbij, maar zien we geen Kilwins. We snappen er niets van. Martijn kijkt op het blaadje met de kortingsbon en zien aan de huisnummers dat we veel te ver zijn gelopen. Ach, het is gelukkig niet zo warm he 🥵. Als we uiteindelijk bij Kilwins zijn, neemt Martijn Kilwins Tracks (roomijs met vanillesmaak met pindakaastruffels en fudge met chocoladelaagjes) en ik de New Orleans Praline Pecan (ofwel, ijs met pralinésmaak, gevuld met praliné pecannoten en karamel). Met een ijsje in onze hand lopen we terug naar de parkeergarage.

Als we bijna bij de auto zijn, heb ik mijn ijsje nog niet helemaal op. We gaan even op een bankje zitten in de schaduw. Nog even genieten van Hot Springs. Nadat ik ook mijn ijsje op heb en een plasje heb gedaan, stappen we de auto in. We stellen de navigatie in op een Brio Tuscan Grille in Dallas. Minimaal één keer per vakantie wil ik bij Brio de welbekende carpaccio XL eten. Aangezien er niet heel veel vestigingen zijn op onze route, ben ik uiteindelijk terecht gekomen bij een vestiging in Dallas. Omdat het bijna 5 uur rijden is naar Dallas, lijkt het ons handiger om meteen door te rijden naar Brio en daarna pas naar het hotel. De navigatie geeft aan dat we rond half 7 bij Brio zijn. Prima tijd, lijkt ons zo.

Dan rijden we door Hot Springs en niet veel later de highway 7 South op. Ik ben eigenlijk in de veronderstelling dat we meteen de Interstate op zouden gaan, maar blijkbaar ligt Hot Springs toch nog wel een stukje van de snelweg af. Bij Caddo Valley kunnen we I-30 op, maar Tom Tom geeft aan dat het beter is om rechtdoor te gaan. Oké, dan doen we dat maar. Hierdoor rijden we nóg een stuk langer over de highway en niet over de snelweg. Nou, kom op… ik wil de snelweg op. Dan kan ik hem op Cruise Controle zetten. We rijden door Arkadelphia en mogen dan eindelijk de snelweg op.

Dan geeft onze navigatie na 10 minuten rijden aan om de afslagnummer 63 te nemen. Hoezo dat dan? We moeten toch gewoon de snelweg blijven volgen? Het is één lange snelweg naar Dallas. We snappen er niets van, maar we volgen onze Tom gewoon. Dan zien we dat we aan het eind van de afrit een weggetje in moeten wat parallel loopt met de snelweg. We rijden erin en snappen totaal niet waarom onze navigatie dit aangeeft. Dan kunnen we toch net zo goed op de snelweg blijven rijden? Onze gekke Tom toch… Ik besluit dan om toch maar om te draaien en gewoon weer de snelweg op te rijden. Dat gaat volgens mij toch sneller dan via een B-weggetje. Als we om willen draaien, zien we een eekhoorn op de weg zitten. Hij wil niet weg. Ach, wat schattig. Maar uiteindelijk, als ik langzaam naast hem ga rijden, kiest hij eieren voor zijn geld en schiet hij het bos in.

Dan rijden we de oprit weer op en… zien we allemaal rode lampjes. Oh, file… Dáárom stuurde onze Tom onze een andere richting op. Jeetje zeg, ineens komt er ook +20 minuten bij de eindtijd. Naja ach… soms maak je van die verkeerde keuzes in het leven. Dan maar 20 minuten file rijden. Maar tot zo ver komt het niet. We staan gewoon stil. Echt stil. Minutenlang zit er geen beweging in.

Sterker nog, pas na een half uur mogen we weer rijden. Een klein stukje maar, want dan staan we weer stil… Onze eindtijd loopt maar op en op. Ik vond half 7 (met wellicht een paar minuten erbij, doordat we onderweg van chauffeur wisselen) een prachtige tijd om te gaan eten, maar nu wordt het toch wel erg laat zo.

Uiteindelijk mogen we om 15.40 uur weer écht gaan rijden. Ruim een uur ‘stil gestaan’ dus. En waarom? Geen idee, want er is niets te zien van een ongeluk of iets dergelijks. Als er wat gebeurd zou zijn, dan zijn de ambulances enzo uiteraard al wel weg nu, na een uur, maar je hebt toch altijd nog wel regelaars, of politie, of afsleepdienst, of weet ik wat, staan langs de kant. Maar nu, helemaal niets. Echt, nergens iets te bekennen van een ongeval ofzo. Op zich natuurlijk fijn dat er vermoedelijk niets gebeurd is. Maarja, zonder reden stil staan is ook niet echt ‘bevredigend’ . Bijna kwart voor vier en we moeten nog ruim drie en een half uur rijden.

De I-30 blijft maar druk. Vooral met vrachtwagens die elkaar steeds met één mijl verschil willen in halen. Het wekt wat frustratie bij ons op. Ach, niets is leuker dan afgeven in de auto op andere weggebruikers. We zijn gewoon wat geïrriteerd doordat we vertraging opgelopen hebben. Niet naar elkaar toe overigens, dat scheelt 😉 Maar jeetje zeg, wat is het irritant dat je gewoon steeds klem zit tussen de vrachtwagens. Het lijkt alsof er dan rechts niemand op de weg rijdt, maar je begrijpt gewoon niet waarom de vrachtwagen links dan niet naar de rechterbaan gaan. Nee, de vrachtwagen wil een rij van andere vrachtwagens in halen. Niet één vrachtwagen, nee gelijk een stuk vier, waarbij er steeds best wat ruimte tussen de vrachtwagens zit op de rechterbaan. Maar terug naar rechtsgaan om ons voorbij te laten, ho maar!

Bij een Flying J Travel Center net voor Texarkana maken we een stop. De blaas mag wel weer eens geleegd worden en dan kunnen we meteen van chauffeur wisselen. Ik zit tenslotte al bijna drie uur achter het stuur, al is dat niet constant rijdend geweest door die file. Ik pak meteen de laptop erbij, want we moeten nog drie uur rijden naar Dallas, dus genoeg tijd voor me om wat te tikken.

Dan zie ik de mile markers aftillen. Als we Texarkana inrijden is het nog meer vijf mijl en dan zijn we bij de statengrens van Arkansas en Texas. En dan rijden we Texas weer in. De staat waar onze reis is begonnen en waar we onze reis ook weer eindigen. Jeetje, wat gaat de tijd ineens (te) snel. Over drie dagen vliegen we gewoon weer naar huis.

Net na Texarkana vindt onze Tom dat we de afslag maar weer eens moeten nemen. Nou, laten we nu maar wél luisteren naar hem. En dit blijkt een goede beslissing. Als we de afslag nemen, zien we dat het verkeer op de I-30 weer erg langzaam begint te rijden. Goedzo Tom, fijn dat je ons niet in de steek laat terwijl we je net niet vertrouwde. Bij New Boston gaan we de snelweg weer op. Nog maar ruim twee uur rijden naar Dallas. Aankomsttijd bij Brio is 20.00 uur. Dat vinden we toch eigenlijk wel laat worden. Ik bekijk op onze hotspot telefoon welke hotels er bij ons hotel in de buurt zijn. Wellicht gewoon een snelle hap en dan door naar het hotel. Ik zie een Chili’s op 2 minuten rijden van ons hotel. Ja, laten we dat doen. En dan waarschijnlijk gewoon wat voorgerechtjes om te delen. Dat gaat vaak wat sneller. Al is een carpaccio natuurlijk ook gewoon een voorgerecht. Maarja, ik wil daar gewoon heerlijk en goed van kunnen genieten. Niet om een uur of 8 nog naar binnen te hoeven schransen. We besluiten om Brio maar naar morgen te schuiven en door te rijden naar Chili’s.

Bij de Reststop Hopkins stoppen we maar weer eens voor een plasje en om van chauffeur te wisselen. Nog maar een goed anderhalf uur naar Dallas! Als we een uur onderweg zijn, komen we in de omgeving van Dallas en rijden we iets wat verkeerd. We rijden naar het noorden, terwijl we naar het zuiden moeten. Ik neem dus de afslag zodat we weer aan de andere kant de snelweg de juiste kant op kunnen rijden, maar zien dan ook een TGI Fridays bij de afslag zitten. Eigenlijk hebben we nu gewoon honger, dus besluiten ook Chili’s te skippen, maar gewoon te gaan eten bij Fridays. We parkeren de auto en lopen Fridays binnen.

Het is niet druk. Sterker nog, ook totaal geen personeel aanwezig. Pas na een paar minuten valt een jonge medewerkster ons op en vraagt met hoeveel we zijn en loopt dan mee naar een tafeltje. Ze blijkt vrijwel alleen de zaak te runnen. Er is nog één medewerker meer en een kok. Gelukkig is het niet zo druk, samen met ons zijn nog vier andere tafels bezet, waarvan één tafel een hele grote groep.

We bestellen ons drinken en op het moment dat ze deze komt brengen, zijn wij er gelukkig al uit wat we willen eten. We bestellen de Fridays Signature whiskey-glaced Sampler en twee whiskey-glaced sliders. Want als je bij Fridays bent, bestel je uiteraard één van de whiskey-glaced producten.

 

Het smaakt weer allemaal erg lekker. Na nog geen uur zitten we alweer in de auto. Nog maar een half uur naar het hotel. Als we de snelweg weer op willen rijden, zie ik dat er niemand op de baan naast me rijdt, mooi… dan kan ik rustig invoegen. Maar ik moet ineens toch weer terug op de invoegstrook, want iemand op de tweede baan, wil een auto rechts inhalen, waardoor hij mij dus afsnijdt… en vervolgens krijg ik nog een ‘doe niet zo dom’ gebaar van hem. What the F*** 😡. Hij komt als een achterlijke van de linkerbaan naar rechts, bij een vrij korte invoegstrook voor mij. Haal gewoon links in, als je het allemaal te langzaam vindt. Maar daar is het ook druk natuurlijk.

In Amerika is autorijden een verheerlijking tegenover Nederland… behálve in en rondom grote steden. En dan ineens, krijgen we wéér een file.

Ditmaal niet zo heel lang gelukkig, maar een ongeluk zorgt ervoor dat we van zes-baans naar drie-baans gaan. En dat verloopt echt mega chaotisch. Alles rijdt door elkaar heen. Na een goed twintig minuten rijden we langs het ongeluk. Oeh, dat ziet er niet goed uit. Twee auto’s echt totaal in de prak. Maar dan ook écht in de prak. De gehele voorkant van één van de auto’s is gewoon helemaal weg. Getver, ik krijg er gewoon een heel naar gevoel van.

En dan om 21.20 uur zijn we eindelijk bij ons hotel La Quinta. Het was een enorm lange dag zo, maar toch zijn we minder gesloopt dan twee dagen eerder, toen we van Oklahoma City naar Branson zijn gereden. We checken in en op ons blaadje staat kamernummer 121 en we krijgen ook de pasjes van 121. Maar vervolgens vraagt ze die weer terug en krijgen we kamernummer 124. Als we naar de kamer willen lopen om te kijken hoe deze eruit ziet, komt de dame achter ons aan. Ze wil toch graag even nog zelf checken of de kamer wel leeg is, want dat weet ze niet zeker. Maar we krijgen groen licht en lopen dan naar binnen. Het is een behoorlijk grote kamer, maar wel errug koud. De airco staat op 62 graden Fahrenheit, wat neerkomt op circa 16 á 17 graden Celsius. Dat is wel erg koud hoor. Snel verwarmen we de kamer.

Verder ziet de kamer er schoon uit, maar wel erg ongezellig. Een fel witlicht in het halletje en verder maar drie tafellampen. Naast het bed een behoorlijk grote lege ruimte waar één fauteuil staat. Het lijkt me gezelliger als daar gewoon een bank met een tafeltje had gestaan. Nu is het een kale bedoening. De plafonds zijn hier overigens ook mega hoor. Martijn gaat op het bed staan en kan dan alsnóg niet bij het plafond. We schatten het op 3.5 meter, bijna 4 zelfs. Het enige wat écht wel tof is aan de kamer: de muur is paars!

Aantal gereden mijlen: 325 (523 km)
Weertype: zonnig, 33 graden.

Geef een reactie