Dag 17: Route 66 Roadside Attractions (part 3)

Print Friendly, PDF & Email

Zaterdag 11 juni: Oklahoma City (OK) – Branson (MO)


Na een heerlijke nachtrust worden we een uur voordat de wekker gaat al wakker. We zijn nog wel moe, maar slapen wil niet meer. We proberen nog wel wat te dommelen, maar op het moment dat we weer in slaap vallen, gaat de wekker. Grrr…

Het is vrij rustig bij het ontbijt. De eerste tien minuten zijn we zelfs helemaal alleen. Het is niet eens echt vroeg. Vaak zijn de latere tijdstippen drukker dan als je in de vroegte gaat ontbijten. Maar ondanks dat het nu half 9 is, is er niemand te bekennen. Het ontbijt is niet heel uitgebreid, maar al onze favoriete etenswaren zijn er. Hm, dat is niet helemaal waar. Martijns zijn yoghurt: aardbei-banaan is er niet. Hij zal het moeten doen met alleen de aardbei variant. Dan komen er wat mensen aan. Ah, toch wel wat volk.

Als we weer terug op de kamer zijn, zien we dat de kwalificatie van Formule 1 bijna gaat beginnen. Snel pakken we de tablet erbij en zetten we met VPN Viaplay aan.

Door een code rood duurt het allemaal wel wat langer. Vandaag hebben we weer wat kilometers op de planning staan en dit helpt natuurlijk niet mee om op tijd in Branson te zijn. Maarja, je bent fan of niet. Wij kijken de kwalificatie helemaal af. Beetje jammer dat Max door zijn eigen teamgenoot naar de tweede startrij schuift, maar aan de andere kant, hij heeft er veel meer aan als zijn teamgenoot ook gewoon goed mee kan in plaats van achteraan bungelt.

Snel pakken we onze spullen en zijn dan om kwart voor 11 onderweg. Uiteraard willen we de auto weer voltanken in verband met de vele kilometers die we vandaag gaan maken. In de buurt staan de prijzen allemaal rond de 4,49 per gallon. Aangezien onze eerste stop bij Pops 66 Ranch is, waarbij een tankstation zit, besluiten we om meteen daar naar toe te rijden en daar dan maar te tanken.

Het is een goed 30 minuten rijden en rijden dan de parkeerplaats bij Pops op. Maar ehm… WTF! Hier is de benzineprijs gewoon 5,14 dollar per gallon. Nee, dat gaan we mooi niet doen he. We zien wel of we onderweg nog iets tegen komen. Ik maak in ieder geval wat foto’s van de grote fles welke voor het tankstation staat en lopen dan naar binnen. Uiteraard van binnen ook veel flesjes te koop. Er is zelfs een diner binnen gevestigd.

 

  

Na ruim 10 minuten stappen we de auto weer in. Martijn kijkt via Google Maps wat de benzineprijzen in de omgeving doen. Iets verderop zit een tankstation wat 4,599 dollar per gallon vraagt. Dat lijkt ons een stuk beter en rijden daarheen. Als de auto zijn dorst heeft gelest vervolgen we onze weg. Tegenover het tankstation kunnen we de I-44 op. Er staat aangegeven dat je gepast moet betalen. Oh, het is dus een tolweg. Oké. 1,75 dollar staat erbij. Of je moet in bezit zijn van een Pike Pass en dat hebben wij uiteraard niet. Wel via Alamo ‘toll by plate’, maar die optie hebben ze hier blijkbaar niet. De navigatie wijst ons alleen de andere kant op. Hij vindt dat we een stukje verder de tolweg op moeten. Ook prima.

Maar als we de tolweg op willen rijden, zien we nergens een bakje waar je geld in kan gooien. Ook geen poortje of slagboom. Nou ja ach, dan rijden we er zo maar door. Hopelijk resulteert dit niet tot een boete. We zullen het vanzelf gaan meemaken.

Het is nog een goed uur rijden naar onze volgende stop: de Golden Driller in Tulsa. Sinds dat wij Friends gezien hebben, waarbij Chandler naar Tulsa moest om te werken en daarbij steeds die Golden Driller voorbij kwam, willen we dit grote beeld ook eens in het echt zien.

Onderweg zien we weer een tolpoort. Ditmaal kun je kiezen voor de Pikepass of gewoon via een bemand tolpoortje waarmee je met cash kan betalen. Laten we maar voor deze laatste optie kiezen. We vragen of we kunnen betalen met Credit Card, maar helaas. Echt alleen cash accepteren ze. Gelukkig dat we nog wat cash hebben van onze laatste pintransactie. We moeten 5 dollar betalen. Zo, dat is een dure weg.

We vervolgen onze weg en zien dan ineens heel veel zwarte rook in de verte. Wat zou er gebeurd zijn? Het duurt een behoorlijke tijd voordat we bij de rookpluim zijn.

Aan de andere kant van de weg staat een cabine van een vrachtwagen in lichtelaaie. Jeetje, dat ziet er niet goed uit. Inmiddels zijn er ook een paar brandweerauto’s aanwezig en wat politie.

Iets voor 13.00 uur rijden we Tulsa in en als we na een goed 5 minuten later bij de Tulsa Expo Center staan, zien we de grote gouden boormeneer staan. Jeetje zeg, wát is hij groot! Ik wist dat het geen klein beeld was, maar dit is wel erg groot. Wauw!

   

We maken wat foto’s en rijden dan weer verder naar onze volgende stop. Die ligt ook in de buurt van Tulsa.

Om half 2 parkeren we de auto bij de Blue Whale of Catoosa. Het is redelijk druk. Hm, ik hoopte eigenlijk op de walvis zonder mensen op de foto te kunnen zetten. Maar geduld is een schone zaak en ineens zijn we met nog één stel over. Ik kan dus moeiteloos de walvis zonder andere mensen op de foto zetten.

   

 

Mooi zo. Uiteraard beklim ik ook de staart en het hoofd. Maar het zijn wel enge trappetjes hoor. Nadat we het bijbehorende winkeltje hebben bezocht, vervolgen we onze weg weer. Dit keer neemt Martijn het stuur over en pak ik de laptop er weer bij.

Dan protesteert onze magen. Het is natuurlijk ook al na tweeën. Iets verderop bij een tankstation halen we een Italiaanse wrap met wat chocomel erbij en peuzelen deze heerlijk op in de auto. Daarna gaat de navigatie op een Visitor Center in Kansas. Het laatste gedeelte van onze Route 66 stuk. De navigatie geeft aan dat het circa anderhalf uur rijden is. Dat is genoeg tijd voor mij om weer aan ons reisverslag te werken.

Onderweg passeren we weer een tolpoort en betalen wederom 5 dollar cash. Als we bij Miami (jaja, ineens zijn we in Florida 😉 ) de snelweg verlaten, mogen we onze kassabon van eerder laten zien. Hiermee krijgen we één dollar terug. Ofwel, onze laatste tolbetaling heeft uiteindelijk maar 4 dollar gekost. Na het kleine dorpje Miami rijden we door een nog kleiner dorp ‘Quapaw’ en daarna zijn we ineens bij de stateline en rijden wel Kansas in. Helaas niet zo’n mooi groot welkomstbord zoals je langs de snelweg ziet, maar het is er eentje.

Dan rijden we het plaatsje Baxter Springs in en niet veel later zijn we bij het visitor center. Het is een klein souvenirwinkeltje met veel informatie over Route 66. Op de muur staan allemaal namen geschreven wie er zijn geweest. De stift ligt klaar voor iedereen om ook wat op de muur te kalken. Maar wáár in godsnaam? Alles is vol! We vinden een klein plekje waar het vorige schrift al erg vervaagd is. Zo, wij staan genoteerd!

 

Maar als we teruglopen zien we nog een véle betere plek! Net boven de deurpost is nog genoeg plaats. Martijn pakt de stift weer en kalkt daar onze url-adres van onze homepage: kloenies.nl 😊

We kletsen wat met de mevrouw achter de toonbank. Toevallig heeft zij vandaag ook al iemand uit Nederland mogen ontvangen. Hij was alleen op reis. Hij was voor zijn werk in Chicago en is nu de gehele route 66 aan het volgen.

Uiteraard laten we ook onze naam in het registerboek achter en zijn dan weer op weg over de oude route 66 naar onze volgende stop: Cars on the Route in Galena. Het is maar een klein stukje verder rijden. Galena is een leuk lieflijk, maar vooral rustig plaatsje.

Ik kan zelfs op de weg gaan zitten bij het Route 66 logo, maar potverdikkie wat is de weg gloeiend heet.

Ik heb het gevoel dat mijn billen nu verbrand zijn. Maar het lijkt mee te vallen. Iets verderop zien we de Cars on the Route op de hoek staan. De auto kunnen we daar niet parkeren, maar gelukkig iets verder wel. We lopen weer terug naar de hoek. Wat grappig zeg, plak wat ogen en tanden op een normale auto en het kijkt gelijk anders. Ook waar we onze auto geparkeerd hebben, zijn wat figuren van Cars te vinden.

       

Daarna stellen we de navigatie in op onze laatste stop: een mural van Route 66 in Joplin, Missouri. Als we nog maar net onderweg zijn, rijden we de staat Missouri in. Ook hier geen welkomstbord, maar wel op de weg een stateline getekend. Ook leuk! Zo sta ik met één been in Missouri en het andere been nog in Kansas.

Na een goed tien minuten zijn we bij onze laatste stop in Joplin. Een behoorlijk grote tekening op de muur. De iets kleinere tekening daaronder is eigenlijk veel leuker.

 

We maken wat foto’s en stellen dan de Tom Tom in op ons logeeradres in Branson. Nét geen twee uur rijden nog. Ik spreek met Martijn af dat ik nog een uurtje doorrijd en als hij dan het laatste uurtje het stuur van mij over wil nemen, dan kan ik mooi ons reisverslag weer up-to-date maken.

We rijden de interstate 44 weer op richting Springfield en bij de Shell in Halltown switchen we van plaats. Nog maar een goed uurtje rijden naar Branson. Als we bijna bij Springfield zijn, verlaten we de snelweg en rijden we de Highway 60 op en niet veel later de highway 65 naar het zuiden. Als we in Branson aankomen, nemen we de highway ten noorden van de stad. We moeten namelijk in het westen zijn en aangezien het hartstikke druk is in het centrum, rijden we een stukje om. Als we bij ‘onze straat’ aankomen van ons hotel, geeft onze navigatie aan om niet die weg in te gaan, maar de volgende straat naar links te gaan. Braaf dat we zijn volgen we onze Tommie. Maar we moeten hierdoor wel een vaag weggetje door, tussen wat shabby motels. Hm… Maar uiteindelijk komen we toch bij de hoofdweg uit waar ons hotel aan ligt. We zien ook meteen waarom onze navigatie ons via een omweg stuurde. De hele hoofdweg is mega druk. Een hele rij aan langzaam rijdende auto’s.

Dan rijden we het parkeerterrein van Lodge of the Ozarks op, ons hotel. We checken in en krijgen kamernummer 333. De dame achter de toonbank geeft aan dat de lift achter de lobby helaas buiten gebruik is, maar dat de lift iets verderop het wel doet. Onze auto kunnen we gemakkelijk bij die achterste deur parkeren. Dan met de lift naar boven om vervolgens weer terug te lopen naar voren. De kamer is weer heerlijk groot.

We halen de koffers op en bekijken dan via googlemaps wat hier in de buurt allemaal te eten valt. Omdat het al bijna 20.00 uur is, hebben we eigenlijk geen zin om een hele zoektocht te doen en ook niet echt een mega groot diner.

Schuin tegenover ons hotel zit Cici Pizza, een keten waar we nog nooit geweest zijn. Je kunt hier onbeperkt pizza (en pasta) eten voor 8,99 dollar per persoon, exclusief drinken. Maar dat kost natuurlijk ook niet heel veel. We zoeken een tafeltje op en mogen zelf ons frisdrank tappen. Daarna lopen we naar het buffet, waar een stuk of 12 pizza’s liggen. Je mag zelf weten welke slice en hoeveel je eet. We proberen een paar verschillende, maar na een slice of zes á zeven zit je toch wel vol. Gelukkig niet té vol, maar je hebt gewoon genoeg gehad. De pasta stelt niet zoveel voor. Dat is maar één soort pasta en twee soorten saus. Verder kun je ook nog kiezen voor wat salade.

   

Na een uur lopen we weer richting de kamer. Inmiddels is de drukte bijna weg. Alleen in de verte zien we nog een rij met langzaam rijdende auto’s. Op de kamer proberen we onze HMDI kabel uit. Hiervoor dient de kabel voor de TV eruit getrokken te worden. Dat wordt morgen vroeg op staan om alles gereed te maken, want uiteraard willen we de Formule 1 race wel zien. Deze begint om 6.00 uur. Gaaaaap. Ach, je moet er iets voor over hebben. Wellicht vandaar maar eens niet laat gaan slapen.

Aantal gereden mijlen: 367 (591 km)
Weertype: rond de 31 graden.

Geef een reactie