Dag 02: Valleyfair

Print Friendly, PDF & Email

Zondag 23 mei: Tomah (WI) – Eau Claire (WI)


De wekker staat op 7 uur, maar om kwart voor 6 worden we wakker. We concluderen dat dit het werk is van de jetlag en we besluiten hier gebruik van te maken. Iets over 6 staan we op, kleden ons aan en gaan ontbijten. Super 8 heeft een niet heel erg uitgebreid buffetontbijt, maar alles wat we nodig hebben staat er wel. Ik zie zelfs mijn lievelingsontbijt staan: bagels met creamcheese! En Martijn vermaakt zich met het bakken van een wafel.

Na het ontbijt poetsen we onze tanden, doe ik mijn lenzen in en pakken we onze koffers weer in. Het leven uit een koffer is toch wel de rode draad van deze vakantie. We maken ons handbagage pretpark gereed en om half 8 zitten we in de auto.

Daar installeer ik de laptop op mijn schoot en ik maak een begin aan het verslag. Na ruim twee uur rijden stoppen we even om te tanken en wisselen Martijn en ik van plek. Nog een goed anderhalf uur rijden naar Valleyfair.

Als we in Minneapolis aankomen, merken we dat het verkeer langzaamaan wat drukker is geworden. Als we op een gegeven moment van snelweg willen wisselen, zien we dat de oprit afgesloten is. We rijden voorbij en de TomTom zeurt dat we om moeten draaien. Maar dat gaat dus niet! We volgen de borden ‘Detour’ en na tien minuten zitten we weer op de oorspronkelijke route. Met een kleine omleiding zien we ineens de achtbanen van Valleyfair opdoemen in de verte. Wat een prachtig gezicht.

We rijden de parkeerplaats op en merken dat het enorm rustig is. Na een foto- en toiletstop lopen we om 11.00 uur het park in. We kijken wat rond en als eerste stappen we in de High Roller. Een kleine houten achtbaan. We kunnen meteen instappen. We stappen in het achterste karretje en als we bijna op het hoogste punt zijn, stopt de achtbaan ineens. Er komt van beneden een operator aangelopen. Ohjee, dat kan niet goed zijn. Nu al storing? Ze loopt ons voorbij en ongeveer halverwege pakt ze een tas uit het karretje van een mevrouw. Foei, tassen mogen niet mee tijdens de rit! De operator loopt weer naar beneden en de rit wordt hervat. Het is een leuke baan, maar niet echt bijzonder. Leuk om mee te beginnen, dat wel. We lopen weer verder door het park en komen dan uit bij Mild Thing. Maar we zien tot onze spijt dat we hier niet in mogen. We zijn te groot… Jammer, dat wordt geen coasterbingo vandaag…

Iets verderop staat haar grote broer: Wild Thing. Na één beurt wachten mogen we instappen. Hij gaat hoog, heel hoog! Op de top kantelt het karretje niet gelijk omlaag, maar blijft hij even ‘hangen’. Dit geeft een leuk effect. De baan bevat veel bunnyhups en geeft redelijke airtime.

Na de Wild Thing begint onze maag wat te knorren. Bij de Subway kopen we een 6” sub. Martijn gaat voor de Spicy Italian en ik voor de Subway Club. We laten het ons goed smaken, alhoewel we het getoast lekkerder vinden en dat gaat helaas bij deze vestiging niet. Na de sub lopen we naar de Mad Mouse. Deze zie je ook veel op kermissen staan onder de naam Crazy Mouse of Wild Mouse. We vinden het jammer dat het karretje zelf geen spinning heeft. Dat maakt zo’n baan toch net iets leuker. Deze simpele baan is vrij lomp en we zijn blij als we eruit zijn. Ach, het is niet druk en dan doen we veel voor onze coastercounter. Na deze coaster zit ik inmiddels op de 292 achtbanen welke ik ooit gedaan heb.

Als we verder lopen komen we uit bij: Renegade. Dé baan waarvoor we hier zijn. De karretjes bestaan uit zes karretjes met elke drie rijen. De rij voor voorin is langer als de rest, dus wij stappen in het tweede karretje in de tweede rij. We gaan naar boven en ook deze is lekker hoog. Dan daalt hij naar beneden en meteen heeft de baan een vrij scherpe bocht naar links… en dan rechts… hij gaat alle kanten op en hard. Zo ontzettend hard! Ge-wel-dig! Floep floep, sjoef sjoef! Hij schut niet veel, maar je merkt wel dat de baan van hout is. Zoals het dus hoort!

De baan heeft een hele hoge herhalingsfactor en gaan dus gelijk voor een tweede ritje. Onderweg naar de rij maak ik wat foto’s en ritsen we de pijpen van onze broek. Het is warm! Na twee ritten op de foto gezet te hebben, lopen we verder en stappen we weer in. Dit keer iets meer naar achteren en wederom genieten we van de rit.

Na Renegade komen we bij Thunder Canyon. Een attractie vergelijkbaar met de Piraña in de Efteling. We legen onze zakken en bergen onze tassen op in een kluisje en nemen plaats in de rij. De operator vraagt met hoeveel we zijn en als we zeggen ‘just the two of us’, mogen we naar voren komen. We mogen bij drie andere meiden in een bootje. Na de eerste bocht zien we wat watervalletjes en de boot vaart daar nog maar net langs. Dan wordt één van de meiden getroffen door wat golven en met z’n vieren lachen we haar een beetje uit. Maar we worden meteen gestraft, want ook wij worden getroffen door de hoge golven. Even verderop zien we weer een waterval en dit keer gaat onze boot er dwars doorheen. Eén van de meiden krijgt echt een totale douche! Als de rit bijna afgelopen is en we in de rij met andere bootjes aansluiten komen we onder een brug door welke wat lekt. Goed, als je nog niet nat was, dan wordt je het nu wel! Met een vrij nat shirt en een broek wat aan onze billen vastplakt stappen we het bootje weer uit. Maar wat geeft het, het is ontzettend warm weer. Het is ontzettend benauwd warm zelfs. De zon breekt ook niet echt door. De lucht is geheel bewolkt, waardoor de warmte ook zo enorm blijft hangen.

Tegenover Thunder Canyon stappen we wederom in een achtbaan: Excalibur. Lekker even uitwaaien. Maar echt geweldig vinden we de baan niet. Niet vervelend, maar erg saai. We hebben nog twee achtbanen op ons programma staan: Corkscrew en Steel Venom. Als we op weg zijn naar Corkscrew komen we langs een Imaxtheater. De film ‘Coral Reef Adventure’ begint om 14.00 uur en aangezien het 13.50 uur is, besluiten we hem mee te pakken. De film van 45 minuten is erg mooi en interessant. Het gaat over het koraalrif van Australië en dat door de globale opwarming van de aarde het koraal langzaam dood aan het gaan is. Erg zonde! Ook het veelvuldig vissen en het minder zout worden speelt een rol bij deze sterfte. Een erg ecologisch en educatief verantwoorde film, maar vooral heel erg mooi. Om 14.45 uur staan we weer buiten en lopen verder in de richting van Corkscrew. Ik pak nog even een ritje met de hydroblaster mee. Een bootje door een donkere glijbaan en wederom word ik wat nat. Maar leuk is de rit wel!

We lopen weer verder en onze magen beginnen weer te knorren. We eten beide een pizza slice en komen dan eindelijk aan bij Corkscrew. Deze baan is te vergelijken met de Python in de Efteling, maar dan met maar één looping in plaats van twee. Voor de rest is hij vrijwel hetzelfde. De baan ziet er vrij oud uit en ook de karretjes bevatten wat roestsporen. We verwachten dus een niet zo’n prettige rit, maar verbaast stappen we na de rit weer uit. Hij was eigenlijk vrij soepel. Leuke meevaller!

Nog maar één achtbaan op het programma: Steel Venom. Oorspronkelijk hebben we deze baan al eens gedaan tijdens onze pretpark tour in 2006. In Geauga Lake om precies te zijn, maar een jaar na onze bezoek is het park failliet gegaan en heeft zijn attracties verkocht aan verschillende parken over de wereld. Steel Venom is dus naar Valleyfair gegaan, maar hij is geschilderd en staat ergens anders, dus mogen we hem apart rekenen voor onze coastercounter. Steel Venom is een aparte achtbaan. Je zit niet in een gewoon karretje, maar je zit in een hangend karretje. Dan wordt je als eerste afgeschoten en gaat dan een soort wokkel in. Om de wokkel weer uit te komen gaat de baan achteruit, door het stationnetje en dan aan de andere kant weer achteruit omhoog. Dan gaat hij weer naar voren, door het stationnetje en hop, weer de wokkel in. Dit herhaalt hij drie keer en dan sta je abrupt weer stil.

We stappen net niet in het achterste karretje en schieten dan de wokkel in. Sjoef naar achteren… weer naar voren en dan weer naar achteren. We merken dat het achteruit gaan vrij intens is. Bij de tweede keer als we achteruit omhoog gaan, blijft hij even stil hangen, schut wat en gaat weer naar beneden. Dit heeft een redelijke impact op onze maag. We zijn blij dat we deze baan als laatste hebben gedaan. Er staat niets meer op het programma, dus onze magen mogen nu ook misselijk zijn.

Om kwart voor 5 verlaten we Valleyfair. We stellen de TomTom in op een Econo Lodge in Eau Claire. We zagen namelijk op de heenweg dat ze daar ook een TGI Friday’s in de buurt hebben en daar hebben we eigenlijk wel zin in. Althans, we gaan er vanuit dat ondertussen onze magen weer normaal worden.

Na twee uur rijden komen we bij afslag waar we eraf moeten. Op het bord staan ook nog Abblebee’s en Olive Garden. Twee restaurants welke ook enorm gewaardeerd worden door ons. Het wordt nog moeilijk om te kiezen zo waar we gaan eten. In ons couponboekje staan helaas geen hotels bij Eau Claire, dus we proberen via internet te achterhalen wat Econo Lodge kost. Op de parkeerplaats bij Econo Lodge bekijkt Martijn via zijn Ipod op het internet wat dit motel kost. 59,99 dollar exclusief tax. Erg acceptabel. Erg handig ook, gratis internet op de parkeerplaats. We zagen bij de afslag ook nog een Metropolis Hotel en een Heartfield Inn, maar beide hotels zijn duurder dan deze Econo Lodge. We lopen naar binnen, maar achter de balie staat niemand. Op een bordje bij de balie staat ook dat de baliemedewerker zo terug is, dus we wachten even. Een goed vijf minuten later komt er iemand te voorschijn en we vragen naar de rate. 59,99 dollar voor een queenbed. Precies wat er op het internet ook staat dus. We vragen ook nog even na of ze misschien Triple A-rate hebben (Triple A is de Amerikaanse variant van onze Hollandse ANWB. Daarmee krijg je ook weer korting in Amerika. Ook onze Hollandse ANWB-kaart geldt hier onder het motto ‘show your card’, maar we komen zelden tegen dat we deze kaart ook daadwerkelijk moeten laten zien). Ook nu krijgen we korting met AAA-rate. Maar liefst 5 dollar gaat er vanaf! We krijgen kamer 131 toegewezen en we halen onze koffers uit de auto. De kamer is prima en we gaan vrijwel direct door om te dineren.

Wat wordt het? TGI? Olive Garden? Applebees? We besluiten om naar Olive Garden te gaan. Daar zijn we zolang niet meer geweest. In de TomTom is helaas geen Olive Garden te vinden, maar ik meen me te herinneren dat ik bij de afslag zag dat je dan rechts moet en nu waren we links gegaan naar het hotel. Maar na een paar kilometer zien we nog steeds geen Olive Garden. We besluiten terug naar het hotel te rijden om zo even het adres op te zoeken.

Als we het adres later in de TomTom zetten, zien we dat het totaal de andere kant op is dan we waren. Dit hadden we nooit zelfstandig kunnen vinden. Na 7 minuten rijden komen we bij Olive Garden en we kunnen meteen plaats nemen. Het is niet superdruk, maar wel gezellig druk. We bestellen beide een Cola Light en Martijn gaat voor de Chianti Braised Short Ribs en ik voor de Steak Toscano. De medewerkster vraagt of we soep of salade willen. Ohja, hier krijg je bij je hoofdgerecht een salade of soepje vooraf. Maar goed dat we geen voorgerecht besteld hebben, want dan hadden we echt te veel. We kiezen beide voor een salade. Vrijwel direct staat een kom met salade voor onze neus en er gaat nog wat geraspte kaas overheen. Ook de overheerlijke breadsticks komen op tafel.

Na een goed tien minuten komt ons hoofdgerecht en ook die smaakt ons erg lekker. We moeten beide ons eten naar binnenproppen. Eigenlijk zitten we vol, maar het smaakt ons zo lekker, dat we het gewoon zonde vinden om weg te gooien. Na een uur staan we weer buiten en rijden we weer terug naar ons hotel. Daar kijken we wat TV, neem een verfrissende douche, checken het internet en ik maak dit verslag af.

Het weertype: bewolkt met af en toe een zonnetje, zeer benauwd, rond de 32 graden.
Mijlen gereden: 314 (505 km)

Geef een reactie